STATUTEN GOUDSE REDDINGSBRIGADE

 
NAAM
Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam "GOUDSE REDDINGSBRIGADE" verder in deze stukken genoemd en aangeduid met de letters "GRB".
2. De vereniging is als "Brigade tot het Redden van Drenkelingen" opgericht op vierentwintig juni negentienhonderdéénentwintig
 
ZETEL
Artikel 2
Zij is gevestigd te GOUDA.
 
DOEL
Artikel 3
1. De GRB heeft als doel: bevorderen van het redden van drenkelingen in de meest ruime zin.
2. Zij tracht dit doel te bereiken langs wettige weg en wel door:
a. het geven van theoretisch en praktisch onderwijs in het zwemmend redden; b. het geven van theoretisch en praktisch onderwijs in het varend redden; c. het geven van voorlichting, het verstrekken van adviezen en het beschikbaar stellen van medewerkers voor beveiligingstaken en het helpen bestrijden van watersnood- rampen; d. de leden in de gelegenheid te stellen op wedstrijden en kampioenschappen titels te behalen, welke bij het zwemmend en varend redden gebruikelijk zijn; e. samenwerking met- en steun van de overheid; f. alle andere wettige middelen, die voor het doel bevorderlijk kunnen zijn.
 
LEDEN
Artikel 4
1. De GRB onderscheidt: a. leden; b. junior-deelnemers; c. ere-leden; d. leden van verdienste; e. begunstigers; f. beschermheer of beschermvrouwe; g. cursisten. 2. Lid is degene die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en als lid is toegelaten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 of degene die bij begin van een boekjaar de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en tot het bereiken van die leeftijd reeds junior-deelnemer was. 3. Junior-deelnemer is degene die de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt en als junior-deelnemer is toegelaten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5. 4. Ere-lid is degene die door de algemene ledenvergadering met algemene stemmen als zodanig is benoemd, op grond van de omstandigheid dat hij zich bijzonder verdienstelijk voor de vereniging heeft gemaakt. 5. Lid van verdienste is degene die door de algemene ledenvergadering met algemene stemmen als zodanig is benoemd, op grond van de omstandigheid dat hij zich bijzonder verdienstelijk voor de vereniging heeft gemaakt. 6. Begunstiger is degene, die zich als zodanig bij het bestuur heeft aangemeld en door het bestuur is toegelaten. Hij steunt de vereniging met een financiële bijdrage, waarvan het minimum wordt vastgesteld door het bestuur. Begunstigers zijn als zodanig geen lid van de GRB. 7. Cursist is degene, die niet als lid of junior-deelnemer wordt beschouwd, doch wel deelneemt aan de activiteiten van de vereniging door het volgen van cursussen in welke vorm dan ook.
 
TOELATING EN DUUR VAN HET LIDMAATSCHAP EN JUNIOR DEELNEMERSCHAP
Artikel 5
1. Degene die lid of junior-deelnemer wil worden, meldt zich aan op een in het huishoudelijk reglement nader te bepalen wijze. Voor minderjarigen dient de toestemming door de wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk te blijken. 2. Het bestuur beslist of een kandidaat al of niet als lid, junior-deelnemer of begunstiger wordt toegelaten. 3. De secretaris geeft van een beslissing tot het niet toe laten als lid onverwijld schriftelijk kennis aan de kandidaat. 4. Indien een kandidaat niet als lid is toegelaten, kan hij binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving een beroep doen op de algemene ledenvergadering. Het beroep moet schriftelijk worden ingediend bij de secretaris. 5. Bij niet toelating tot lid kan de algemene ledenvergadering alsnog besluiten tot toelating over te gaan. 6. Het lidmaatschap of junior-deelnemerschap wordt aangegaan voor de duur van het lopende boekjaar en telkens stilzwijgend verlengd voor een jaar.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP EN JUNIOR-DEELNEMERSCHAP
Artikel 6
1. Het lidmaatschap en het junior-deelnemerschap eindigt: a. door overlijden; b. door opzegging, of door opzegging van de wettelijke vertegenwoordiger van een junior-deelnemer; c. door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap of het junior- deelnemerschap te laten voortduren; d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid of junior- deelnemer in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeeld. 2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. 3. Ontzetting uit het lidmaatschap, of junior-deelnemerschap geschiedt door het bestuur. 4. a. Opzegging van het lidmaatschap, of junior-deelnemerschap dient uitsluitend schriftelijk bij het secretariaat te geschieden, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand voor het einde van het boekjaar. b. Het lidmaatschap of junior-deelnemerschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd, indien van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren. 5. Degene, voor junior-deelnemers de wetelijke vertegenwoordiger, ten aanzien van wie een besluit tot ontzetting is genomen, wordt ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Hem staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving beroep op de algemene ledenvergadering open. Het beroep moet schriftelijk bij de secretaris worden ingediend. 6. Tenzij de betrokkene te kennen geeft dat het beroep behandeld kan worden op de eerstvolgende door het bestuur voorgenomen algemene ledenvergadering, roept het bestuur binnen vier weken na ontvangst van het ingediende beroep een algemene ledenvergadering bijeen ter behandeling van het beroep. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om zich tijdens de behandeling van het beroep op de algemene ledenvergadering te verdedigen. Indien het beroep tegen de ontzetting ongegrond wordt verklaard en indien de agenda van de betreffende vergadering geen andere punten bevat dan de opening, notulen van de vorige vergadering, behandeling van het beroep, rondvraag en sluiting, is de betrokkene aansprakelijk voor de kosten van het bijeen roepen en het houden van de vergadering, tenzij de algemene ledenvergadering anders beslist. 7. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is de betrokkene geschorst, evenwel met dien verstande dat hij, of de wettelijke vertegenwoordiger van een junior-deelnemer bevoegd is de algemene ledenvergadering, tijdens de behandeling van het beroep, bij te wonen en daar het woord te voeren. Hij heeft echter geen stemrecht. Hij kan zich voor eigen rekening door een raadsman laten bijstaan. 8. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door de algemene ledenvergadering, die hem heeft benoemd worden ontslagen of geschorst.
SCHORSING
Artikel 7
1. Indien het bestuur niet voldoende termen aanwezig acht om tot ontzetting over te gaan, kan het een lid of junior-deelnemer overeenkomstig het bepaalde in het huishoudelijk reglement schorsen, met een maximum van drie maanden.
 
RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Artikel 8
1. Onverminderd het overigens bij de wet of deze statuten bepaalde, hebben de leden en junior-deelnemers het recht om van de door het bestuur aan te wijzen faciliteiten en eigendommen van de vereniging gebruik te maken. Dit gebruik moet geschieden overeenkomstig de door het bestuur vastgestelde reglementen en besluiten. 2. De door de leden of junior-deelnemers verschuldigde contributies worden jaarlijks vastgesteld door de algemene ledenvergadering. 3. Het bestuur bepaalt op welke wijze en welke datum uiterlijk aan de financiële verplichtingen moet zijn voldaan. 4. a. Personen, van wie het lidmaatschap of junior-deelnemerschap een aanvang heeft genomen, zijn over het boekjaar waarin de aanvang plaats vindt, contributie naar rato verplicht. b. Bij beëindiging of schorsing is over het boekjaar waarin het einde of de schorsing plaatsvindt, de contributie voor het geheel verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit. 5. Het bestuur kan, wanneer dit naar zijn oordeel redelijk is, in speciale gevallen besluiten dat het door een lid of junior-deelnemer verschuldigde, geheel of gedeeltelijk niet zal worden ingevorderd. Een zodanig besluit wordt de betrokkene door de penningmeester schriftelijk medegedeeld, waarna binnen dertig dagen betaling moet plaatsvinden van het bedrag, dat wel wordt ingevorderd, bij gebreke waarvan het besluit vervalt. 6. Alle op de invordering van gelden vallende kosten, komen voor rekening van de betrokkene. De invordering van gelden met buitengewone middelen, zoals door tussenkomst van een incasso-bureau of deurwaarder geschiedt krachtens bestuursbesluit.

BESTUUR
Artikel 9
1. Het bestuur van de GRB bestaat uit tenminste vijf meerderjarige leden. 2. De bestuursleden worden benoemd, geschorst en ontslagen bij besluit van de algemene ledenvergadering. Door het bestuur of de leden kunnen kandidaten worden voorgedragen. 3. a. De bestuursleden worden op de algemene ledenvergadering met meerderheid van de uitgebrachte stemmen uit en door de leden van de GRB gekozen voor een periode van ten hoogste drie jaar. b. Als door verschuiving van taken binnen het bestuur, een bestuurder een andere functie aanvaard, zal het bestuur er de zorg voor dragen dat, op de lijst van aftreden niet alleen de functie maar in dit geval de naam van het desbetreffende bestuurslid op de lijst van aftreden zal komen te staan, gelet op artikel 9 lid 3a. 4. Jaarlijks treedt tenminste éénderde van de bestuursleden af, volgens een door het bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar. 5. Nieuw benoemde bestuursleden aanvaarden hun functie terstond na hun benoeming en nemen op het rooster van aftreden de plaats van hun voorgangers in. De algemene ledenvergadering kan voor de aanvaarding echter een ander tijdstip vaststellen. 6. a. Een bestuurslid kan worden geschorst overeenkomstig het bepaalde in het huishoudelijk reglement; b. De schorsing van een bestuurslid, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door ontslag, eindigt door verloop van die termijn. 7. Schorsing van een bestuurslid als lid van de vereniging houdt tevens in de schorsing als bestuurslid. Het einde van het lidmaatschap houdt tevens het einde van het bestuurslidmaatschap in. 8. Een bestuurslid kan te allen tijde zelf ontslag nemen. 9. Bij een vacature in het bestuur wordt binnen twee maanden een algemene ledenvergadering gehouden ter vervulling daarvan, tenzij het bestuur besluit met de vervulling te wachten tot de eerstvolgende door het bestuur voorgenomen algemene ledenvergadering. 10. De voorzitter wordt door de algemene ledenvergadering in functie gekozen. 11. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen het dagelijks bestuur.
Artikel 10
1. Onverminderd zijn eigen verantwoordelijkheid kan het bestuur zich ter uitoefening van zijn taak door één of meer permanente of tijdelijke commissies, alsmede door hem aangezochte personen - al of niet bezoldigd - doen bijstaan. 2. a. Met uitzondering van de in artikel 11 lid 1 genoemde commissies, worden de commissies en commissieleden benoemd door het bestuur. b. De wijze van benoeming en de taakomschrijving worden bij huishoudelijk reglement geregeld.
3. Aan deze commissie en/of personen kunnen door het bestuur bepaalde bevoegdheden worden toegekend. 4. De adviseurs en/of de samenstelling van de commissies worden door het bestuur aan de algemene ledenvergadering bekend gemaakt.
Artikel 11
1. Tot de commissies van blijvende aard wordt gerekend de:
Kascommissie; 2. De algemene ledenvergadering benoemt uit de leden een Kascommissie van tenminste twee personen welke twee jaar zitting hebben, waarvan elk jaar het langst zittende lid aftreedt en welk aftredend lid niet direct herkiesbaar is. Deze personen mogen geen deel uitmaken van het bestuur. Hebben beide leden even lang zitting dan wordt geloot, wie voor herbenoeming in aanmerking komt.
 
BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 12
1. De voorzitter bepaalt waar en wanneer een bestuursvergadering wordt gehouden. Hij is verplicht deze bijeen te doen roepen op verzoek van tenminste twee bestuursleden. 2. De secretaris stelt in overleg met de voorzitter de agenda vast, hij is verplicht een bepaald onderwerp op de agenda te plaatsen op verzoek van tenminste twee bestuursleden. 3. De voorzitter heeft de bevoegdheid de beraadslaging over een aan de orde zijnd onderwerp te sluiten, tenzij het bestuur anders besluit. 4. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem. 5. De secretaris of één door het bestuur aan te wijzen persoon houdt notulen bij, tenzij het bestuur besluit te volstaan met een besluitenlijst. De notulen cacu quo de besluitenlijst worden door het bestuur goedgekeurd.
 
BESTUURSTAKEN EN VERTEGENWOORDIGING
Artikel 13
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. 2. Het bestuur houdt een systeem bij van alle bij de GRB ingeschrevene. 3. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. behoudens het bepaalde in artikel 9. 4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich door derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. 5. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan. 6. De algemene ledenvergadering kan bepalen dat voor andere, nader bij huishoudelijk reglement aan te duiden rechtshandelingen, haar goedkeuring is vereist. 7. De GRB wordt zowel in als buiten rechte vertegenwoordigd: a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door het dagelijks bestuur; c. hetzij door de voorzitter; d. hetzij door degene die door het bestuur voor één of meer bepaalde handelingen schriftelijk wordt gemachtigd. Wie in een bepaald geval de GRB vertegenwoordigt, wordt door het bestuur beslist.
 
JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 14
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de GRB zodanig aantekening te houden dat te allen tijde daaruit zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 2. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene ledenvergadering, zijn jaarverslag uit, door overlegging van een balans en van een staat van baten en lasten, daarin rekening en verantwoording over haar in het afgelopen verenigingsjaar gevoerde beleid. Na verloop van de termijn kan ieder lid in rechte deze rekening en verantwoording van het bestuur vorderen.
3. De Kascommissie controleert één maal per boekjaar, alsmede in de gevallen waarin het bestuur dit verzoekt, het beheer van de verenigingsfinanciën en brengt aan de algemene ledenvergadering schriftelijk verslag van haar bevindingen uit. 4. Het bestuur is verplicht aan de Kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van boeken en bescheiden te geven. 5. De last van de Kascommissie kan te allen tijde door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere Kascommissie. 6. Goedkeuring door de algemene ledenvergadering van het jaarverslag en de balans van baten en lasten strekt het bestuur tot decharge voor alle handelingen, voorzover die uit jaarstukken blijken. 7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel tien jaren lang te bewaren.
 
ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 15
1. Aan de algemene ledenvergadering komen in de GRB alle bevoegdheden toe, die door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen. 2. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis aan het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene ledenvergadering. 3. a. Jaarlijks voor één juli wordt een algemene ledenvergadering gehouden, welke in deze statuten wordt aangeduid als jaarlijkse algemene ledenvergadering; b. Voorts worden algemene ledenvergaderingen gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenst. 4. Een algemene ledenvergadering wordt voorts gehouden krachtens een besluit van de voorzitter of van het bestuur of op schriftelijk verzoek van tenminste zoveel leden als tezamen bevoegd zijn ééntiende gedeelte van de stemmen in de algemene ledenvergadering uit te brengen. 5. Ieder lid heeft toegang tot de algemene ledenvergadering en heeft de bevoegdheid aldaar het woord te voeren en voorstellen te doen. 6. Ieder lid heeft één stem. Een stem kan niet door machtiging worden uitgebracht. 7. Genoemden in artikel 4 lid 1 b, e, f en g hebben uitsluitend toegang tot de algemene ledenvergadering met toestemming van de voorzitter. Zij hebben dan de bevoegdheid om het woord te voeren, doch hebben geen stemrecht.

AGENDA VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 16
1. De agenda van de jaarlijkse algemene ledenvergadering bevat tenminste de volgende punten: a. jaarverslag door het bestuur over het afgelopen boekjaar waarin opgenomen verslagen van diverse commissies; b. rekening en verantwoording door het bestuur over het gevoerde beleid en eventueel het te voeren beleid;
c. verslag van de bevindingen van de Kascommissie; d. verkiezing van bestuursleden; e. benoeming Kascommissie; f. begroting voor het komende verenigingsjaar; g. voorstellen van het bestuur of de leden aangekondigd bij oproeping voor de algemene ledenvergadering. 2. De agenda van een algemene ledenvergadering wordt overigens door het bestuur vastgesteld, met inachtneming van hetgeen in dit artikel is bepaald. 3. Op schriftelijk verzoek van tenminste tien leden, is het bestuur verplicht een opgegeven punt op de agenda te plaatsen, mits zodanig verzoek wordt ontvangen tenminste veertien dagen voor de algemene ledenvergadering, de dag van ontvangst en van de algemene ledenvergadering niet meegerekend. 4. Wordt een verzoek om een punt op de agenda te plaatsen, niet ontvangen voor de hiervoor bepaalde dag, dan kan het bestuur alsnog besluiten het opgegeven punt op de agenda te plaatsen. De secretaris doet daarvan zo mogelijk onverwijld schriftelijk mededeling aan de leden. Heeft geen zodanige mededeling plaatsgevonden, dan kan de algemene ledenvergadering besluiten het opgegeven punt niet in behandeling te nemen.
5. Indien een opgegeven punt niet in behandeling wordt genomen, zal het punt op de agenda van de eerstvolgende algemene ledenvergadering moeten worden geplaatst.

OPROEPING TER ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 17
1 a. De jaarlijkse algemene ledenvergadering wordt door de zorg van de secretaris bijeen geroepen door middel van een schriftelijke kennisgeving verzonden aan de leden naar het laatst bij de vereniging bekende adres, tenminste eenentwintig dagen van tevoren. b. Voor wat betreft een algemene ledenvergadering tenminste zeven dagen van tevoren, de dag van oproeping en de dag van vergadering niet meegerekend. 2. Andere dan leden genoemd in art 4 lid 1 kunnen van het houden van een algemene ledenvergadering op de hoogte worden gesteld op een door het bestuur te bepalen wijze. 3. De kennisgeving bevat de vermelding van tijd en plaats van de te houden vergadering eventueel de plaats waar de stukken ter inzage zijn gelegd, alsmede de agenda, onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 4.
Artikel 18
1. Indien aan een verzoek, als bedoeld in artikel 15 lid 4 binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot het bijeen roepen overgaan op de wijze, als bepaald in lid 1 van artikel 17 De verzoekers bepalen dan zelf op welke wijze andere dan leden genoemd in artikel 4 lid 1 van de te houden vergadering op de hoogte zullen worden gebracht.
2. Indien de verzoekers niet in staat zijn de vergadering bijeen te roepen op de wijze als in het vorige lid is bedoeld, kunnen zij de vergadering bijeen roepen bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging is gevestigd veel gelezen dagblad of een huis aan huis verspreid blad.

BESLUITVORMING IN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 19
1. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter of diens plaatsvervanger. 2. Alle besluiten van de algemene ledenvergadering worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen, tenzij in de wet of deze statuten anders is bepaald. 3. Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling, tenzij de voorzitter of de algemene ledenvergadering anders besluit. 4. Bij staking van stemmen, is het voorstel verworpen.
5. Heeft bij de stemming over de benoeming van personen niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen, die de meeste stemmen op zich verenigden. Indien bij de tweede stemming de stemmen staken, dan beslist het lot. 6. Mondelinge stemmingen geschieden bij oproep volgens presentielijst. 7. Mondelinge stemmen kunnen slechts worden uitgebracht met de woorden: voor, tegen of blanco. 8. Bij schriftelijk stemmen benoemt de voorzitter drie stemgerechtigden, die tezamen het stembureau vormen. 9. Bij mondeling stemmen kan de voorzitter overgaan tot instelling van een stembureau. 10. Na het bekend zijn van de uitslag van de stemming brengt het stembureau verslag uit aan de voorzitter, die op zijn beurt de vergadering inlicht. 11. Alle door het bestuur der GRB uitgereikte stembiljetten dienen per stemronde weer te worden ingeleverd, hetzij blanco, anders met de vermelding voor of tegen.
Artikel 20
1. Ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 2. Als ongeldige stem wordt aangemerkt de stem uitgebracht, door middel van een stembiljet, die naar het oordeel van de voorzitter van het stembureau: a. de naam van de kandidaat niet duidelijk vermeldt; b. meer namen vermeldt dan het aantal te verkiezen personen bedraagt; c. meer vermeldt dan is gevraagd; d. niet namens of door het bestuur is uitgereikt; e. ondertekend is; f. onleesbaar is; g. de naam bevat van een persoon, die geen kandidaat gesteld is.
Artikel 21
1. In geval van meerdere vacatures wordt over iedere vacature afzonderlijk gestemd. 2. Wanneer een gekozene voor de benoeming bedankt, vindt voor de vacature een nieuwe stemming plaats tussen de niet gekozen kandidaten. Is in een dergelijk geval het aantal kandidaten uitgeput, dan blijft de vacature tot de eerstvolgende algemene ledenvergadering, behoudens het bepaalde in artikel 9 lid 9.
Artikel 22
1. Over elk voorstel wordt naar volgorde van indiening afzonderlijk gestemd, tenzij een later ingediend voorstel volgens de mening van de voorzitter van verdere strekking is dan een vorig, in welk geval het later ingediende voorstel de voorrang van behandeling heeft. 2. Aangenomen is een voorstel, wanneer niemand stemming verlangt of wanneer het meer dan de helft van het totaal uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 23
1. De statuten kunnen worden gewijzigd bij besluit van de algemene ledenvergadering, genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van de stemmen. 2. Indien in een vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, niet tweederde van de leden aanwezig is, dan wordt een nieuwe vergadering, met hetzelfde voorstel als in de vorige vergadering, bijeengeroepen, onder vermelding; "Dat het gaat om een tweede vergadering waarvoor niet de aanwezigheid van tweederde van het aantal leden wordt vereist", te houden niet eerder dan veertien dagen en niet later dan dertig dagen na de eerste algemene ledenvergadering. In deze vergadering kan een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig worden genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van de stemmen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
3. Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden. 4. De bepalingen in deze statuten, die reeds op grond van een dwingende wetsbepaling van toepassing zijn, zijn niet voor wijziging vatbaar.
5. De wijziging treedt in werking nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. 6. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
OMZETTING EN ONTBINDING
artikel 24
1. Het bepaalde in artikel 23, leden 1, 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing: a. op een besluit tot ontbinding van de vereniging; b. op het besluit tot het verzoeken aan de rechtbank van een machtiging om de vereniging om te zetten in een andere rechtspersoon. 2. In geval van ontbinding wordt de bestemming van het batig saldo vastgesteld bij besluit van de algemene ledenvergadering. Op dit besluit is het bepaalde in artikel 23, lid 1, 2 en 3 eveneens van overeenkomstige toepassing. 3. Van een besluit tot ontbinding wordt een notariële akte opgemaakt. 4. Na ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voorzover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan moet aan haar naam worden toegevoegd de woorden "IN LIQUIDATIE".
 
HUISHOUDELIJK- EN ANDERE REGLEMENTEN
Artikel 25
1. Een door de algemene ledenvergadering vast te stellen huishoudelijk reglement geeft nadere bepalingen met betrekking tot het beheer en de organisatie van de vereniging. 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten. 3. Behalve het huishoudelijk reglement kunnen ook andere reglementen, ter regeling van bepaalde activiteiten, vastgesteld worden door het bestuur. 4. De GRB kan zich aansluiten bij één of meer organisaties of verenigingen, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering. De GRB is verplicht bij het aangaan van een lidmaatschap zich te houden aan de regels die de organisatie of vereniging stelt doch deze mogen niet in strijd zijn met de Statuten en of reglementen van de GRB. Aansluiting bij, kan inhouden dat de Naam-Adres-Woonplaats gegevens van de ingeschrevene bij de GRB, doorgegeven worden aan de organisatie of vereniging waarvan het lidmaatschap is aanvaard, deze dienen zich te houden aan de regels betreffende de wet op de privacy.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 26
De leden worden geacht de in nood verkerende medemens naar beste weten en kunnen te helpen, doch kunnen uit hoofde van hun lidmaatschap niet verplicht worden het eigen leven in de waagschaal te stellen. Zij aanvaarden zonder enig voorbehoud de gevolgen van hun daden, ondernomen in het belang van de medemens, zonder de vereniging aansprakelijk te stellen.
Artikel 27
In gevallen, waarin deze statuten, het huishoudelijk reglement en/of andere reglementen van de vereniging niet voorzien, beslist het bestuur behoudens zijn verantwoordelijkheid aan de algemene ledenvergadering en met inachtneming van het dwingend recht van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 28
Alle leden en junior-deelnemers zijn verplicht tegen kostprijs een exemplaar van de Statuten en Huishoudelijk Reglement van de GOUDSE REDDINGS BRIGADE aan te schaffen.
Deze statuten zijn vastgesteld in de algemene ledenvergadering van de GRB, gehouden op zeventien september negentienhonderdzesennegentig te GOUDA.
 
Samenstelling van het bestuur tijdens wijziging;
Voorzitter J.H.A.W. de Jong
Secretaris J. Kuipers
Penningmeester I. van Miert-Rehorst
2e Voorzitter P. Wessels
2e Secretaris W.P. Baas
2e Penningmeester G.J.M. Bervoets
Commissaris R. Annaars
Commissaris A.K.M. Mooijenkind

 

 

 

 


Sponsors

In/uitloggen

Lidmaatschap en Lesgeld

Het bestuur wil u er graag nogmaals op wijzen dat u in 2018 de mogelijkheid heeft de zwemles 3 keer per jaar op te zeggen, dat betekent dat men kan opzeggen;

  • voor 1 maart, de zwemles stopt per 1 april
  • voor 1 juli, de zwemles stopt per 1 september
  • voor 1 december, de zwemles stopt per 1 januari 

Wanneer u niet tijdig opzegt, dient u het zwemgeld tot de volgende opzegdatum te betalen.
binnen 4 weken bericht krijgt van uitschrijving en men anders contact op moet nemen met het secretariaat

--------------------

Het lidmaatschap, van de GRB, moet u opzeggen voor 1 december van het lopende jaar.